Als je door Campobasso wandelt, merk je het snel: dit is geen stad die zichzelf opdringt. Je moet er een beetje voor “kijken”, en juist dat maakt het leuk. De Kathedraal van de Heilige Drie-eenheid in Campobasso (Italiaans: Cattedrale della Santissima Trinità) is zo’n plek die je trip meteen meer diepte geeft. Van buiten oogt hij bijna streng en klassiek, maar eenmaal binnen ontdek je een rijke, gelaagde kerk met kunst, kleur en een geschiedenis die meerdere keren is “gereset”.
In dit artikel neem ik je mee langs wat je precies ziet, waarom dit gebouw is zoals het is, en hoe je jouw bezoek slim plant. En ja: “cattedrale” is in het Nederlands gewoon kathedraal. Simpel, toch?
Kathedraal van de Heilige Drie-eenheid in Campobasso: waarom is dit een must?
De kathedraal is het belangrijkste katholieke gebedshuis van Campobasso en de hoofdkerk van de aartsdiocese. Maar als reiziger ga je vooral om drie redenen:
1) De gevel: een neoklassieke façade met een indrukwekkend portiek met zes zuilen en een driehoekig fronton. Je voelt meteen “19e eeuw” en “stedelijke ambitie”.
2) Het interieur: drie brede beuken, twee grote zijkapellen met fresco’s en een opvallend baldakijn boven het hoofdaltaar.
3) Het verhaal: gebouwd in 1504, verwoest door de aardbeving van 1805, herbouwd in de 19e eeuw en later verhoogd en uitgebreid in de jaren ’20 en ’30 van de 20e eeuw. Dit is letterlijk Campobasso in bouwlagen.
Waar ligt de kathedraal en hoe kom je er?
De kathedraal ligt in het centrum van Campobasso, in de buurt van het hoofdwinkel- en wandelgebied. Veel mensen combineren dit bezoek vanzelf met een wandeling door het centrum, een koffie op een plein en daarna door richting het hoger gelegen deel van de stad. Kom je te voet: reken op een korte wandeling vanaf de centrale straten, met hier en daar dat typische Molise-hoogteverschil (niets dramatisch, wel voelbaar).
Tip: ga niet alleen “even binnen”. Plan het als een rustmoment. Campobasso kan best levendig zijn, maar in de kathedraal valt het tempo meteen lager.
Een korte geschiedenis die je bezoek leuker maakt
De oorsprong van de kerk gaat terug tot 1504, toen Andrea de Capoa (feodale heer van de stad) buiten de toenmalige ommuring een kerk liet bouwen gewijd aan de Heilige Drie-eenheid. Die kerk was verbonden met een confraterniteit die in Campobasso een belangrijke rol speelde.
Dan komt het kantelpunt: de zware aardbeving van 1805 verwoestte de kerk. Wat je vandaag ziet, is dus niet “gewoon oud”, maar het resultaat van een heropbouw die de stad weer moest laten ademen. De reconstructie werd uitgevoerd tussen 1815 en 1829 op ontwerp van architect Bernardino Musenga, en in 1829 werd de kerk opnieuw voor de eredienst geopend.
In de 19e en 20e eeuw bleef het gebouw van functie en uiterlijk veranderen. In de periode 1855-1859 werd het neoklassieke portiek (het zuilenfront) toegevoegd. En vanaf 1927 werd de kerk officieel kathedraal, toen de bisschopszetel naar Campobasso werd verplaatst. Tussen 1927 en 1933 volgden ingrepen waarbij de centrale beuk werd verhoogd en een nieuwe apsis werd gebouwd.
De buitenkant: neoklassiek en fotogeniek zonder poeha
Neem voor je naar binnen gaat even de tijd voor de façade. Je ziet een duidelijk neoklassiek “programma”: symmetrie, een pronaos (portiek) met zes zuilen en daarboven een driehoekig fronton. Dat geeft de kathedraal een uitstraling die je eerder bij een stadsgebouw of tempel verwacht. Precies daarom werkt het zo goed op foto’s: de lijnen zijn helder, het geheel is rustig en het staat stevig in de stad.
Mijn tip: loop een paar meter achteruit tot je het hele portiek in één kader hebt, en kijk dan naar de details van kapitelen en schaduw. Zelfs op een grauwe dag levert dat mooie contrasten op.
Binnen: drie beuken en een verrassend ruim gevoel
Het interieur is verdeeld in drie brede beuken. De schaal is groter dan je van buiten misschien verwacht, mede doordat de centrale beuk in de 20e eeuw werd verhoogd. Je krijgt daardoor meer licht en meer hoogte, wat de kerk een open, bijna “stads”-gevoel geeft in plaats van een donkere, besloten sfeer.
Loop rustig richting het koor. Onderweg zie je hoe de kerk het midden houdt tussen klassiek en rijk: geen overdaad aan barok, maar wel veel kunst en kleur, vooral in de kapellen.
De zijkapellen met fresco’s
In de zijbeuken openen zich twee grote kapellen met fresco’s van Amedeo Trivisonno, een kunstenaar uit de regio. Dit zijn plekken waar je even wil blijven staan. Niet omdat je elk detail moet “begrijpen”, maar omdat fresco’s je altijd dwingen om anders te kijken: grotere gebaren, duidelijkere lijnen, en een verhaal dat zich om je heen ontvouwt.
Het hoofdaltaar en het baldakijn
Boven het hoofdaltaar staat een opvallend baldakijn, gedragen door Corinthische kapitelen. Het geeft het altaargedeelte een plechtig focuspunt. Ook als je geen kerkenmens bent: dit werkt. Je blik wordt automatisch naar voren getrokken, richting koor en apsis.
De apsis en het extra hoofdstuk uit de jaren ’30
De apsis die je vandaag ziet, hoort bij de werken tussen 1927 en 1933. Hier bevindt zich een groot fresco met de Pinkster (Pentecoste), geschilderd door Romeo Musa. Het is een mooi voorbeeld van hoe de kathedraal niet “in één tijd” vastzit: je ziet hier een 20e-eeuwse laag in een gebouw met 16e-, 19e- en 20e-eeuwse hoofdstukken.
Pro-tip: ga ook even halverwege de kerk staan en kijk terug richting ingang. Je ziet dan beter hoe de verhoudingen werken en hoe de verhoging van de centrale beuk de ruimte optilt.
Details die je makkelijk mist, maar juist leuk zijn
De doopvont van 1745
In de linkerbeuk staat een granieten doopvont in de vorm van een vierkante kuip, gedateerd op 1745. Het is zo’n object dat weinig schreeuwt, maar veel zegt: zelfs toen het gebouw later herbouwd en aangepast werd, bleven sommige oudere elementen deel van het verhaal.
De glas-in-loodramen
De polychrome ramen tonen heiligen die verbonden zijn met de verdediging van het triniteitsdogma, waaronder Augustinus en Hilarion. Je hoeft geen theologie te studeren: kijk gewoon naar de kleuren als het licht goed valt. Op zonnige dagen krijg je zachte kleurvlekken op de vloer, altijd een beetje magie.
Het koor en het orgel
Achter het altaar vind je het houten koor (gemaakt in walnotenhout) en een groot pijporgel dat in 1993 werd gebouwd door Ponziano Bevilacqua. Als je geluk hebt, hoor je een repetitie of een kort moment muziek. Dan krijgt de ruimte ineens een extra dimensie.
Praktische bezoektips
Wanneer ga je het best?
Voor rust: laat in de ochtend of laat in de middag. Rond de mis kan de kathedraal drukker zijn of zijn delen minder toegankelijk. Als je graag foto’s maakt en rustig wil kijken, mik dan op een moment buiten vieringen.
Hoeveel tijd heb je nodig?
Reken op 30 tot 45 minuten voor een mooi bezoek. Ben je gek op details (fresco’s, ramen, altaarzone), dan zit je eerder op 60 minuten. Het is geen “snelle selfie-stop” als je het goed wil doen.
Kleding en gedrag
Zoals in veel Italiaanse kerken geldt: bedekte schouders is meestal een goed idee, zeker in de warmere maanden. En als er een viering bezig is, blijf dan wat meer op de achtergrond. Je kunt nog steeds veel zien, alleen in een rustiger tempo.
Combineer slim: zo past de kathedraal in je dag Campobasso
Campobasso werkt het best als je de dag in twee lagen denkt: het centrum en het hogere, oudere deel van de stad. Dit is een fijne volgorde:
1) Begin in het centrum met koffie en een korte wandeling.
2) Bezoek de kathedraal als cultureel ankerpunt.
3) Wandel daarna verder richting het hoger gelegen deel van Campobasso voor uitzicht, straatjes en dat “Molise is nog echt” gevoel.
Zo heb je een dag die afwisselt: levendig en stil, buiten en binnen, stad en geschiedenis.
Waarom je de kathedraal echt op je lijst wil
De Kathedraal van de Heilige Drie-eenheid in Campobasso is niet de meest bekende kathedraal van Italië, en precies daarom is hij zo fijn. Je krijgt een gebouw met een duidelijke neoklassieke uitstraling, maar met een interieur dat rijker is dan je verwacht. Je ziet hoe Campobasso zichzelf herbouwde na een ramp, hoe de stad in de 20e eeuw opnieuw vorm gaf aan haar religieuze hart, en je ervaart vooral een plek waar je even ademruimte krijgt.
Dus: ben je in Campobasso, loop niet alleen “langs”. Ga naar binnen. Kijk omhoog, kijk naar de fresco’s, en gun jezelf die rustige twintig minuten extra. Daar ga je later blij mee zijn.