Toen ik Rome heel lang geleden voor het eerst bezocht, werd ik hopeloos verliefd. De charme van de Eeuwige Stad pakte me meteen: elke “kei”, elke “steen” ademt geschiedenis en daar werd ik letterlijk dol van.
Natuurlijk is het Colosseum een van de meest iconische plekken van de stad, maar de fonteinen, de kerken en zelfs de kasseienstraatjes van Rome creëren een unieke sfeer waar mijn ogen en hoofd nog altijd van gaan glimmen.
En als je bedenkt dat achter elk werk niet alleen een idee, ontwerp en ambacht schuilgaat, maar ook een verhaal en soms zelfs een legende, dan wil je dat de tijd om Rome te bezoeken echt eindeloos is. Misschien heet ze daarom wel de Eeuwige Stad: je zou haar eindeloos willen blijven verkennen.
Vandaag wil ik geen klassiek stuk schrijven met de beste bezienswaardigheden of welke Tourist Card je moet nemen om je te verplaatsen en musea en monumenten te bezoeken.
Nee.
Vandaag vertel ik je een speelse renaissancelegende die je in Rome nog steeds letterlijk kunt “aanraken”.
De legende in kwestie, die eigenlijk niet eens zo legendarisch is, gaat over de rivaliteit tussen twee grootmeesters van de barok: Bernini en Borromini.
Tegenovergestelde karakters
Vaak ontstaat rivaliteit uit een diepe karakterkloof tussen twee personen. Dat is hier niet anders: Bernini en Borromini scheelden minder dan tien maanden in leeftijd, maar hadden totaal tegengestelde persoonlijkheden.
Gian Lorenzo Bernini werd geboren in Napels op 7 december 1598 en was, om de dichter Fulvio Testi te citeren, “een man die de mensen gek maakte”. Kunsthistoricus Francesco Milizia schetste hem als vurig, driftig en trots van blik, maar ook vriendelijk, barmhartig en wars van afgunst en kwaadsprekerij.
Kortom: Bernini was beminnelijk, maar met een heet temperament. Hij trouwde met Caterina Tezio en kreeg met haar maar liefst elf kinderen.
Francesco Borromini werd geboren in Bissone (het huidige kanton Ticino) op 27 oktober 1599.
Volgens zijn biograaf Filippo Baldinucci had hij een “teruggetrokken en stuurs gemoed, verschanst in de beslotenheid van een brandende innerlijkheid”. Baldinucci beschreef hem als melancholiek, “Hij leed vaak aan een melancholische stemming”, en als eenling, “…hij vermeed zo veel mogelijk menselijk gezelschap en bleef het liefst alleen thuis.”
Het portret van Borromini is dus dat van een schuwe, solitaire, melancholische man. Hij trouwde nooit en verbrandde, voordat hij zelfmoord pleegde, al zijn tekeningen zodat zijn vijanden zich die niet konden toe-eigenen.
We hebben hier dus twee kunstenaars met zeer verschillende aard, maar beiden fel trots op hun kunst en hartstochtelijk beschermers van hun werk.
Hun wegen kruisen
Ook de levenspaden van Bernini en Borromini liepen sterk uiteen.
Bernini werd door zijn vader, een laat-maniëristisch beeldhouwer, geïntroduceerd in Rome en bij de hoge geestelijkheid. Met diens steun kreeg hij zijn eerste opdrachten. De belangrijkste kwam van de toenmalige kardinaal Maffeo Barberini (de latere paus), die diep onder de indruk was van de jonge Bernini.
Borromini daarentegen liep letterlijk naar Rome om onderdak te vinden bij een naaste verwant van zijn moeder. Via deze familielijn leerde hij Carlo Maderno kennen, een van de grote architecten onder paus Paulus V Borghese. Maderno kon van dichtbij Borromini’s technische beheersing van architecturale tekeningen bewonderen.
Ondanks hun verschillende routes werkten ze in dezelfde jaren in Rome en, onder leiding van Maderno, zelfs samen. Hun wegen kruisten dus. Maar na Maderno’s dood en de troonsbestijging van Barberini tot paus kreeg Bernini steeds belangrijkere en prestigieuzere opdrachten, terwijl Borromini onder diens leiding terechtkwam.
Verschillende stijlen
Je vraagt je misschien af: “Wat is er erg aan dat de ene kunstenaar onder de andere werkt?” Borromini werkte tenslotte jarenlang zonder frictie onder Maderno.
Welnu: naast hun karakters verschilden ook hun stijlen radicaal, bijna polair.
Bernini hanteerde duidelijke, klassiekere proporties en gebruikte nobele, kostbare materialen. Borromini werkte met streng doordachte geometrieën die hij afwisselend herhaalde, buitengewoon vernieuwend voor zijn tijd en vaak haaks op Bernini’s werk. Omdat hij minder prestigieuze opdrachten kreeg, moest hij ook vaker met soberder materialen werken, die hij echter met grote virtuositeit tot hun recht liet komen.
Kortom: Bernini en Borromini verschilden op alles, karakter, levensstijl én artistieke taal.
Fontana dei Quattro Fiumi op Piazza Navona
Na allerlei wederwaardigheden komen we aan bij de befaamde Fontein van de Vier Stromen op Piazza Navona.
We zijn aangekomen in 1947. Paus Innocentius X geeft Borromini opdracht een leiding te ontwerpen om water naar Piazza Navona te brengen. Op Borromini’s idee wordt vervolgens een wedstrijd uitgeschreven voor een fontein die de belangrijkste rivieren van de toen bekende vier continenten zou verbeelden, kortom: één rivier per continent.
Bernini mag niet meedoen vanwege het schandaal rond de klokkentorens van Sint-Pieter en omdat Innocentius X weinig moest hebben van de “vrienden” van de Barberini. Toch weet Bernini met een list, hij schenkt een maquette aan de invloedrijke schoonzuster van de paus, een zilveren model van zijn ontwerp het pauselijk paleis binnen te krijgen. De paus wordt verliefd op het voorstel en geeft hem de opdracht.
Kort gezegd: Bernini krijgt de realisatie van de fontein toegewezen, een idee dat van Borromini afkomstig was.
Eerste legende: de exorbitante kosten
Bernini spaarde zelden kosten en de Fontein van de Vier Stromen vormde geen uitzondering. Denk aan de beroemde pasquinade over het baldakijn van Sint-Pieter: “Quod non fecerunt barbari, fecerunt Barberini”, “Wat de barbaren niet deden, deden de Barberini”, die suggereerde dat men het Pantheon had gestript om brons voor het baldakijn te winnen.
De kronieken vertellen dat de paus om de kosten van de fontein te dekken de belasting op brood moest verhogen en het standaardgewicht van het broodje verlagen.
Tweede legende: de grap met de paus
Bij de inauguratie van de fontein zou Bernini een grap met de paus hebben uitgehaald.
Volgens tijdgenoten werd de fontein op 12 juni 1651, de dag van de inwijding, aan de paus en zijn gevolg getoond terwijl zij volledig droog stond.
Tijdens de plechtigheid maakte de paus geen opmerking over het ontbreken van water, om de kunstenaar niet te krenken. Maar na afloop, terwijl de prelaten al vertrokken, gaf Bernini bevel de fontein in werking te zetten en begon het water te spuiten. Tot grote verbazing riep de paus: “Cavalier Bernini, met deze aangename grap hebt u ons tien jaar aan het leven toegevoegd!”
Derde legende: het gewicht van de obelisk
Nog een legende wil dat de Romeinen vreesden voor de stabiliteit van het geheel en dat er stemmen opgingen dat de obelisk zou kunnen omvallen.
Bernini had het werk zo ontworpen dat de obelisk werd gedragen door vier schuin geplaatste “steunen”, een typisch barok staaltje tegengewichten en balans. Om de roddels te bespotten bevestigde hij aan de voet van de obelisk vier dunne touwtjes, die hij met spijkertjes vastzette aan de gevels van de omliggende gebouwen.
Vierde legende: de sneer naar Borromini
De Fontein van de Vier Stromen staat in het midden van Piazza Navona, pal tegenover de kerk Sant’Agnese in Agone. De gevel van die kerk werd door Borromini ontworpen, waardoor de twee kunstenaars hun werken niet alleen op hetzelfde plein, maar recht tegenover elkaar geplaatst zagen.
Bernini beeldde de Nijl uit als een kolos met bedekt gezicht. Volgens de legende deed hij dat om zijn afkeer te tonen van Borromini’s kerkgevel.
Maar daar bleef het niet bij. Bernini gaf de Rio de la Plata de pose van een kolos met een geheven hand, alsof hij zich wilde beschermen tegen het instortende gebouw van Borromini naast hem.
Hoeveel klopt er van die vierde legende?
We weten dat Bernini de Fontein van de Vier Stromen ontwierp in 1647, hooguit 1648, en dat de bouw in 1651 voltooid werd, met de inauguratie op 12 juni 1651.
De werkzaamheden aan Sant’Agnese in Agone kwamen pas in 1653 onder leiding van Francesco Borromini te staan. Het is dus weinig waarschijnlijk dat Bernini vijf jaar van tevoren al wist wie de leiding over die kerk tegenover de fontein zou krijgen.
Waarom heeft de figuur van de Nijl dan een bedekt gezicht? Omdat in die tijd de bronnen van de rivier nog onbekend waren. De bedekking verwijst naar de duisternis rondom haar oorsprong.
En waarom heft de kolos van de Rio de la Plata zijn hand? Daar is geen eenduidige allegorie voor. Waarschijnlijk draait het om het dynamische karakter van de scène: elke figuur leeft en is geladen met expressie, en die opgeheven hand versterkt de beweging en de spanning van het geheel.