Toren van de Olifant (Torre dell’Elefante) in Cagliari

De Toren van de Olifant in Cagliari, in het Italiaans Torre dell’Elefante, is zo’n monument waar je blik vanzelf omhoog glijdt. Je staat in de wijk Castello, tussen smalle straten en lichtgekleurde muren, en ziet een strakke toren die aan drie kanten gesloten is en aan de vierde kant open. Sober van vorm, rijk aan verhalen: precies dat maakt dit bezoek de moeite waard.

Waar ligt de Toren van de Olifant?

De toren markeert een van de toegangspunten tot Castello, het historische bovenstadje van Cagliari. Je bereikt hem via Via Santa Croce en Via Università; aan de zeezijde kijk je uit over daken, haven en de Golf van Cagliari. Het is een logische halte als je van het Bastione di Santa Croce richting de kathedraal wandelt.

Toren van de Olifant: wat je ziet

De toren is gebouwd in witte kalksteen uit de nabijgelegen heuvel van Bonaria. Drie zijden zijn massief, met schietgaten en een zware toegang met meervoudige deuren en valhekken. De vierde zijde is traditioneel open in Pisanische stijl, met houten loopvloeren die per verdieping doorlopen. Kijk omhoog: op een uitstekende console staat een kleine marmeren olifant die de naam verklaart en meteen je beste detailfoto oplevert.

Op de gevels ontdek je wapenschilden uit de 14e eeuw en een ingemetselde tekst die herinnert aan de bouw. Het geheel is strak en doelmatig: dit is een verdedigingswerk, maar met een onverwachte elegantie door het bleke steen en de luchtige open zijde.

Korte geschiedenis in helder overzicht

De Toren van de Olifant verrees in 1307 tijdens de Pisanische overheersing, naar ontwerp van de Sardische bouwmeester Giovanni Capula. Hij is de ‘tweeling’ van de Toren van San Pancrazio (1305): samen bewaakten ze de citadel. In de Spaanse tijd werd de toren ook als gevangenis gebruikt; in kronieken lees je dat bij de poort afgehakte hoofden werden uitgestald als afschrikking.

Beschietingen in de 18e eeuw beschadigden delen van de bovenbouw. In 1906 gaf ingenieur Dionigi Scano de toren zijn middeleeuwse aanblik terug door later dichtgemetselde partijen te openen. Sindsdien lees je weer duidelijk de Pisanische logica: dicht waar het moet, open waar controle en vuur vandaan kwamen.

Architectuur en cijfers

De toren telt vier niveaus en is ruim 30 m hoog (ongeveer 35 m met de bekroning). Aan de kant van Via Cammino Nuovo lijkt hij nog hoger doordat hij op een rotswand staat; vanaf die zijde bereikt hij ongeveer 42 m boven straatniveau. Let op de houten galerijen achter de open zijde: precies hier konden verdedigers heet water, stenen of teer naar beneden werpen, of simpelweg de toegang controleren.

Bezoek & praktische info

Actuele status: de toren is tijdelijk gesloten voor veiligheids- en restauratiewerk (sinds 2024). De heropening wisselt; controleer ruim tevoren de laatste stand bij Cagliari Turismo of bij het infopunt in de benedenstad.

Als hij open is: je bezoekt de toren meestal met gids en in kleine groepen. Reken op ruim 100 treden; de trappen zijn smal en van hout. Niet geschikt voor wie slecht ter been is of voor heel jonge kinderen. Er geldt doorgaans een kleine toegangsprijs en er zijn vaste starttijden per uur.

Bereikbaarheid: vanaf Via Roma klim je in 15–20 minuten naar Castello, of je pakt de liften richting het Bastione en wandelt het laatste stuk. Draag schoenen met profiel; de straatstenen kunnen na regen glad zijn.

Zo kijk je met meer plezier

1) Begin buiten. Loop eerst om de toren heen. Vanaf Via Cammino Nuovo zie je de open zijde met de houten vloeren; vanaf Via Santa Croce heb je de klassieke gevel met de olifant en de schilden.

2) Zoek het licht. In de ochtend valt het zonlicht mooi op de kalksteen; aan het einde van de middag warmt alles goud op. Het blauwe uur is perfect voor contrastrijke foto’s met de stadslampen.

3) Lees de details. Zoom in op de valhekken, de schietgaten en de wapenschilden. Je voelt meteen dat dit geen decor is, maar een serieus verdedigingssysteem.

Waarom jij hier wilt komen

Omdat de Toren van de Olifant in één klap vertelt hoe Cagliari is geworden wat het nu is: een stad tussen zee en rots, tussen Pisa, Aragón en Savoye. Je ziet een Pisanische vesting die later gevangenis werd, en vandaag een uitzichtpunt is. Zelfs als de binnenkant tijdelijk dicht is, is het plein rond de toren een heerlijke plek om de sfeer van Castello te proeven.

Leuke weetjes

Naam & beeld: de toren heet zo om twee redenen. Er zit een klein marmeren olifantje op de gevel, én men verwijst soms naar een oude straatnaam uit Pisanische tijd, ruga leofantis. Beide verklaringen leven naast elkaar in de stad.

Hoogte-discussie: in gidsen lees je 31–35 m; het verschil komt door de torenbekroning en het niveauverschil aan de rotswand. Vanaf beneden oogt hij altijd hoger dan op papier.

Donkere bladzijde: in de 17e eeuw werden bij de poort soms afgehakte hoofden getoond. Het beruchtste verhaal gaat over de markies van Cea, wiens hoofd jarenlang zichtbaar zou zijn geweest. Macaber, maar historisch gedocumenteerd.

Combineer je bezoek

Toren van San Pancrazio: het hogere ‘zusje’ aan de noordkant van Castello, eveneens van Giovanni Capula. Je vergelijkt er mooi de twee wachtrichtingen van de citadel.

Bastione di Saint Remy en Bastione di Santa Croce: terrassen met café’s en panorama’s; perfect voor zonsondergang.

Kathedraal van Santa Maria en de Cittadella dei Musei: op een paar minuten lopen. Hier rond je je Castello-verhaal af met kunst en rustige binnenplaatsen.

Praktische tips

Kleding en respect: Castello is een woonwijk. Spreek zacht in de smalle straten, zeker ’s avonds. In de zomermaanden is het boven vaak winderig; neem een lichte trui mee.

Veiligheid: de toren staat aan een route met trappen en randen. Houd kinderen dichtbij en let op de stenen treden.

Water & pauze: neem een flesje mee; fonteintjes vind je op de pleinen. Voor espresso of gelato zit je goed rond Piazza Carlo Alberto.

Samengevat

De Toren van de Olifant is Cagliari in het klein: Pisanische vesting, Spaanse verhalen, Italiaanse restauratie en vandaag vooral een plek met uitzicht. Of je nu naar binnen kunt of rond de muren blijft, je pakt hier in een half uur de ziel van Castello mee.

Plaats een reactie