Piazza Sant’Oronzo in Lecce is niet zomaar een piazza. Dit is het plein waar Lecce zichzelf laat zien in lagen: Romeins steenwerk dat letterlijk uit de grond komt, barokke gevels van pietra leccese die warm kleuren in de zon, en een stadswapen in mozaiek waar je waarschijnlijk automatisch omheen loopt. Voor jou als Nederlandse reiziger is dit de perfecte plek om Lecce te begrijpen, zonder dat je meteen een hele geschiedenisles hoeft te boeken.
Je staat hier midden in het historische centrum, op een kruispunt van wandelroutes en winkelstraten. Overdag is het levendig met mensen die van kerk naar gelato hoppen, ’s Avonds wordt het plein een groot openlucht-woonkamergevoel. En intussen fluistert de stad: kijk nog eens beter, er zit meer achter dan je op het eerste gezicht ziet.
Piazza Sant’Oronzo in Lecce: zo lees je het plein
In het Italiaans heet het Piazza Sant’Oronzo, maar als je het in het Nederlands wil vertalen kom je uit op Sant’Oronzo-plein. Het is een van de belangrijkste pleinen van Lecce en het draagt de naam van Sant’Oronzo, de patroonheilige van de stad. De setting is typisch Lecce: elegant, een tikje theatraal, maar nooit overdreven als je eenmaal doorhebt dat dit gewoon het dagelijkse decor is.
Een handig oriëntatiepunt: dit plein ligt op een soort stadsas die je van de oude stadspoorten richting het modernere winkelgebied brengt. Daardoor is het vaak een plek waar je vanzelf weer uitkomt, zelfs als je denkt dat je hopeloos verdwaald bent in de steegjes. Spoiler: in Lecce verdwaal je meestal op de leuke manier.
Rome onder je voeten: het Romeinse amfitheater
Het eerste wat je aandacht trekt is het Romeinse amfitheater dat deels openligt aan het plein. Je ziet niet het hele gebouw, maar ongeveer een deel van de arena en tribunes. Dat is geen slordige restauratie, maar simpelweg het resultaat van hoe de stad zich later bovenop de Romeinse laag heeft ontwikkeld: een groot deel zit nog steeds onder de huidige bebouwing en het plein verborgen.
De opgravingen begonnen rond 1900 onder leiding van de archeoloog Cosimo De Giorgi, in een periode waarin het stadscentrum flink werd heringericht. De datering is niet in beton gegoten, maar de meest geaccepteerde hypothese plaatst de eerste aanleg in de Augustea periode, met latere ingrepen in de tijd van Hadrianus. Het amfitheater werd gebruikt voor gladiatorengevechten en jachtspelen, precies het soort spektakel waar Rome dol op was.
Hoe groot was dit eigenlijk?
In de oorspronkelijke vorm had het amfitheater een buitenmaat van ongeveer 102 x 83 m en een arena van circa 53 x 34 m. Schattingen van de capaciteit lopen uiteen, maar vaak wordt een orde van grootte van 12.000 tot 14.000 toeschouwers genoemd. Als je daar staat, met je voeten op moderne bestrating en je blik op Romeinse traptreden, voelt die schaal ineens heel concreet.
Leuke extra laag: in de vroege middeleeuwen werden de resten waarschijnlijk onderdeel van verdedigingswerken, en vanaf de 11e eeuw werden decoratieve elementen hergebruikt. Het is een typisch Italiaans verhaal: niets verdwijnt echt, het krijgt alleen een nieuwe functie.
De Colonna di Sant’Oronzo: dankbaarheid na de pest
Midden op het plein staat de Colonna di Sant’Oronzo, een hoge zuil met bovenop de heilige die de stad zegent. De zuil is een ex-voto, opgericht uit dankbaarheid omdat Lecce de grote pestgolf van 1656 volgens de stadstraditie bespaard bleef. Het monument is gebouwd met trommels (delen) van een Romeinse zuil die afkomstig waren uit Brindisi, waar twee zuilen het einde van de Via Appia markeerden.
De werkzaamheden begonnen in 1666, kwamen stil te liggen door geldgebrek, en werden later hervat. De barokke architect Giuseppe Zimbalo speelde een belangrijke rol bij de realisatie; de zuil werd uiteindelijk in de jaren 1680 voltooid. Met een hoogte van ongeveer 29 m is het een echt baken, zeker als je er ’s Avonds langsloopt wanneer de verlichting het steen warmer maakt.
Tip: kijk ook even naar het idee achter de zuil. Dit is niet alleen decor. Het is een publiek statement: “dit is onze beschermer” en “dit is ons verhaal”. In Zuid-Italie is dat soort symboliek vaak nog verrassend levend.
Il Sedile en de Venetiaanse sporen naast elkaar
Aan het plein staat Il Sedile, officieel het Palazzo del Seggio. Het is een compact, bijna kubusachtig gebouw met gotische bogen en renaissance-details. Het werd gebouwd in 1592 door architect Alessandro Saponaro, in opdracht van de toenmalige burgemeester Pietro Mocenigo, en het diende lang als een plek van bestuur en publieke functies.
Vlak ernaast vind je de Chiesetta di San Marco, een klein maar opvallend kerkje dat in 1543 werd gebouwd voor de Venetiaanse gemeenschap in Lecce. Let op het symbool van San Marco, de gevleugelde leeuw, dat je hier letterlijk terugziet. Het is een mooi detail dat vertelt hoe handelsnetwerken en cultuur elkaar hier kruisten, lang voordat iemand het woord “globalisering” uitvond.
Handig om te weten: informatie op het plein
Rond het plein zit vaak ook praktische hulp voor bezoekers. Het kan zijn dat je in of bij het Sedile een toeristisch infopunt vindt of informatie over wandelroutes en activiteiten. Openingstijden en dienstverlening kunnen wisselen, dus zie het als een bonus als het net open is wanneer jij er bent.
Santa Maria della Grazia: barok met een ouder verhaal eronder
Recht tegenover het amfitheater staat de Chiesa di Santa Maria della Grazia. Het is een barokke kerk, maar het startpunt van haar verhaal is ouder: ze werd gebouwd na de vondst van een 14e-eeuws fresco van de Madonna. De huidige kerk werd in de late 16e eeuw opgetrokken, in een stijl die past bij de tijd van de Contrareformatie: ordelijk, helder en gericht op devotie.
Ook als je geen kerken-marathon gepland hebt, is dit er eentje om even binnen te glippen als de deur openstaat. Het is een rustig tegengewicht voor de open ruimte van het plein, zeker op warme dagen.
De Lupa en de leccio: het mozaiek waar je omheen loopt
Op het plein ligt ook het beroemde Lupa-mozaiek, het stadswapen van Lecce: een wolf onder een leccio (steeneik). Het mozaiek werd in 1953 gemaakt door Giuseppe Nicolardi en werd vlak voor de feestdagen van de patroonheiligen ingehuldigd. Het is dus relatief modern, maar het voelt volledig “van de stad” omdat het zo sterk bij de identiteit hoort.
Er hangt ook een kleine, leuke volksgelooflaag omheen: men vertelt dat over het mozaiek lopen ongeluk kan brengen. Of dat waar is? Ik zou het niet testen op de dag dat je terugvlucht. Loop er gewoon elegant omheen alsof het jouw idee was.
Wat je hier doet: koffie, aperitivo en mensen kijken
Piazza Sant’Oronzo is ideaal om even te landen. Je pakt een tafel op een terras, bestelt iets kleins en laat Lecce aan je voorbijtrekken. Overdag is dit een top plek om te kijken hoe locals hun boodschappen combineren met een praatje, en hoe toeristen proberen te doen alsof ze niet net twintig foto’s van dezelfde zuil hebben gemaakt.
Probeer hier iets typisch Salentijns, zonder er een culinaire zoektocht van te maken. Een caffe leccese is espresso met ijs en amandelmelk, precies wat je wil als de zon te enthousiast is. En als je trek hebt: een rustico leccese is zo’n goudbruin bladerdeegding die je het best warm eet. Zoet kan ook, maar dat bewaar je misschien voor later in de middag, wanneer een pasticciotto ineens een heel logisch idee wordt.
Beste moment om te gaan en fototips die echt werken
In de lente en vroege herfst is Lecce op z’n prettigst: warm maar niet plakkerig, en je loopt zonder te smelten. In de zomermaanden kan het midden op de dag heet worden, dus plan je pleinmoment bij voorkeur ’s Morgens of later op de avond. Dan is het licht ook mooier: zachter op de steen, minder hard op je foto’s.
Voor foto’s: maak niet alleen een “alles erop” plaatje. Doe ook dit: zoom in op details zoals de bogen van het Sedile, de lijnen van de tribunes, en het mozaiek onder je voeten. Het verhaal van dit plein zit juist in die kleine stukjes bewijs.
Zo kom je er en zo vermijd je gedoe met de auto
Kom je met de trein, dan kun je meestal prima naar het centrum lopen. Het is geen mega-afstand, maar reken wel op een wandeling waarbij je vanzelf al een eerste stuk Lecce meepakt. Met de bus of taxi ben je er ook zo, afhankelijk van waar je verblijft.
Met de auto is het slim om te onthouden dat het historische centrum van Lecce te maken heeft met een ZTL (zona a traffico limitato). Regels en tijden kunnen veranderen, dus ga niet op goed geluk de smalle straatjes in. Parkeer liever net buiten het centrum en loop het laatste stuk. Dat is vaak sneller, relaxter en beter voor je humeur.
Combineer Piazza Sant’Oronzo met een mini-route door Lecce
Zie Piazza Sant’Oronzo als je startknop. Vanaf hier wandel je makkelijk naar Corso Vittorio Emanuele II richting Piazza Duomo, of je pakt de route naar de barokke parels zoals Basilica di Santa Croce. Je hoeft Lecce niet te “doen” in een lijstje, maar met dit plein als basis heb je vanzelf een logisch ritme: kijken, lopen, pauze, weer kijken.
En als je aan het eind van de dag terugkomt op het plein, merk je iets grappigs. Je ziet het anders dan ’s Morgens. Alsof de stad je in een paar uur tijd net genoeg heeft verteld om de volgende laag te herkennen. Precies daarom blijft Piazza Sant’Oronzo in Lecce zo’n fijne plek: je kunt er telkens opnieuw binnenstappen.