De Kerk van de Santissima Trinità in Pordenone wordt door locals vaak gewoon “la Santissima” genoemd. En eerlijk, dat past: het is een kleine kerk die je onverwacht raakt. Je staat aan de oever van de Noncello, hoort het water en het verkeer op afstand, en ineens zie je een achthoekig bakstenen tempeltje met een slanke campanile. Geen grootse kathedraal, wel een plek die je nieuwsgierig maakt.
Voor jou als Nederlandse reiziger is dit een ideale stop als je Pordenone bezoekt en iets wil zien dat net anders is dan de standaard route. Binnen wacht een rijk frescoverhaal uit de 16e eeuw, buiten krijg je een stukje stadsgeschiedenis dat letterlijk met het water verbonden is. Neem het rustig, kijk omhoog, en laat die stille sfeer zijn werk doen.
Kerk van de Santissima Trinità in Pordenone: waar ligt ze en waarom juist hier?
De kerk staat langs de Noncello, niet ver van wat ooit de rivierhaven van Pordenone was. Dat is geen toeval. In de 16e eeuw was watertransport belangrijk, en dit stukje stad voelde toen als een praktische, levendige randzone. Vandaag is het juist een fijne plek om even uit de drukte te stappen, met groen eromheen en ruimte om foto’s te maken zonder dat iemand meteen door je beeld loopt.
Handig om te weten: je vindt de kerk bij Viale delle Grazie. Als je met de auto komt, kun je vaak in de buurt parkeren en loop je zo naar de ingang. Kom je te voet vanuit het historische centrum, dan is het een ontspannen wandeling waarbij je Pordenone meteen wat beter leert kennen.
Het verhaal achter de kerk: een broederschap met een missie
De geboorte van de Santissima Trinità-kerk hangt samen met de Confraternita della Santissima Trinità, een lekenbroederschap die in bronnen bekendstaat als “la rossa”, vanwege de rode koorkleding. Hun werk was niet alleen religieus, maar ook sociaal: ze hielden zich bezig met liefdadigheid en, volgens de traditie van de Trinitari, met het vrij kopen van gevangenen uit handen van piraten en vijanden, in een periode waarin de Middellandse Zee allesbehalve rustig was.
Dat klinkt ver weg, maar het leeft nog in het beeldprogramma binnen. Je ziet verhalen die gaan over gevangenschap, bevrijding, recht en barmhartigheid. Niet als droge les, maar als kleurrijke scènes die je vandaag nog steeds kunt volgen, ook als je geen bijbelkenner bent.
Wie bouwde de kerk en wanneer?
De kerk werd ontworpen in de tweede kwart van de 16e eeuw door Ippolito Marone (ook geschreven als Morone), een priester, notaris en architect uit Pordenone. De bouw wordt meestal geplaatst in de periode 1526-1539. Men vermoedt dat er al een kleine kapel stond op deze plek, en dat die als vertrekpunt of inspiratie diende voor het nieuwe confraternale gebouw.
Leuk detail: het initiatief kwam dus niet van een vorst of een bisschop, maar van een stedelijke groep professionals. Denk aan juristen, notarissen en artsen die samen een plek wilden waar geloof, identiteit en solidariteit elkaar raakten. Het resultaat voelt nog steeds als “hun” kerk: compact, doordacht en verrassend rijk gedecoreerd.
Architectuur om van dichtbij te bekijken: achthoek, baksteen en drie apsissen
Van buiten valt meteen de achthoekige plattegrond op. De kerk is opgetrokken in cotto, die warme baksteen die je in Noord-Italië zo vaak ziet. Aan de achterkant sluit het gebouw af met drie apsissen, wat het geheel een bijna sculpturale vorm geeft. En dan is er de campanile, elegant verbonden met de voorzijde en eveneens met een achthoekige logica in de opbouw.
Binnen is het effect nog sterker: de ruimte voelt cirkelvormig en harmonieus. Je snapt meteen waarom dit soort centraalbouw zo geliefd was in de renaissance: het heeft iets evenwichtigs, alsof alles om jou heen netjes in balans ligt. Ideaal ook als je graag fotografeert, want je krijgt mooie lijnen en symmetrie zonder dat je eindeloos hoeft te schuiven.
De fresco’s: een 16e-eeuws stripverhaal op de muren
Als je voor één ding binnenkomt, laat het dan de fresco’s zijn. Het hoofddeel van de schilderingen werd in de 16e eeuw uitgevoerd door Giovanni Maria Zaffoni, bijgenaamd “il Calderari”, een schilder uit de omgeving van Pordenone en leerling uit de kring van de beroemde Giovanni Antonio de’ Sacchis, beter bekend als il Pordenone.
In de apsis zie je scènes uit het Oude Testament, van de schepping tot verhalen rond Jozef. Het mooie is dat het niet alleen om “plaatjes” gaat. Het is een programma dat past bij de broederschap: thema’s als verlossing, trouw, schuld en vergeving komen telkens terug.
Amalteo in de zijapsissen
In de zijapsissen vallen twee onderwerpen op: de Transfiguratie en de Hemelvaart. Een deel van deze schilderingen wordt toegeschreven aan Pomponio Amalteo, de belangrijkste opvolger van il Pordenone. Je hoeft geen kunstgeschiedenis te studeren om het verschil te voelen: sommige scènes hebben een zachtere, meer “klassieke” compositie, bijna alsof Raphael even om de hoek kijkt.
Tip: ga niet meteen naar het midden van de kerk. Loop eerst langzaam langs de wanden en kijk hoe de verhalen je begeleiden. Pas daarna neem je het totaalbeeld in je op. Je ziet dan veel beter hoe doordacht alles is opgebouwd.
Barokke toevoegingen en een altaarstuk dat verhuisde
Zoals bij zoveel Italiaanse kerken bleef ook deze plek niet stil staan. In de 17e eeuw kwamen er barokke elementen bij, vooral rond de altaren. Voor het hoofdaltaar werd in 1611 een schilderij van Gaspare Narvesa gemaakt met de voorstelling van de Santissima Trinità. Dat werk is later, om redenen van veiligheid en behoud, verplaatst naar het Civico Museo d’Arte in Palazzo Ricchieri.
Dat is handig voor jou: je kunt je bezoek uitbreiden. Eerst de kerk voor de fresco’s en de sfeer, daarna Palazzo Ricchieri als je ook het grotere kunstverhaal van de stad wil meepakken.
Een kerk die met water leeft: overstromingen en restauraties
Omdat de Santissima zo dicht bij de Noncello staat, heeft ze door de eeuwen heen te maken gehad met overstromingen. Water is hier niet alleen decor, maar ook een kracht die sporen nalaat. In de jaren ’50 werd de kerk grondig gerestaureerd en kreeg ze ook een rol als gedenksite voor oorlogsslachtoffers.
En ook recent is er aandacht geweest voor behoud: na restauratiewerk werd de kerk in 2024 opnieuw onder de aandacht gebracht. Dat merk je vaak meteen aan de leesbaarheid van details en aan de verzorgde uitstraling. Het blijft een kwetsbare plek, maar juist daarom voelt je bezoek als iets waardevols.
Praktische tips voor je bezoek
Opening: dit type kerk is vaak niet de hele dag open. Meestal kom je binnen rond vieringen, op vaste bezoekmomenten, of via openstellingen en rondleidingen. Mijn tip: plan dit als “bonusstop” en check kort vooraf de actuele openstelling via de officiële kanalen van Pordenone of via lokale informatiepunten.
Tijd: reken op 20 tot 40 minuten als je rustig kijkt. Met foto’s en een extra rondje buiten langs de apsissen zit je zo aan een uur, zonder dat het zwaar wordt.
Fotografie: vaak mag je fotograferen, maar zonder flits. Als er een dienst is, houd je telefoon in je zak. Dat is niet alleen netjes, het houdt de sfeer ook intact.
Toegankelijkheid: buiten is het gebied ruim en vlak. Binnen kunnen drempels voorkomen, zoals in veel historische gebouwen. Als je met kinderwagen of minder mobiel reist, is het slim om ter plekke even te kijken wat prettig voelt.
Maak er een mini-route van in Pordenone
Wil je Pordenone echt leuk ervaren, combineer de Santissima dan met een wandeling door het centrum. Begin bijvoorbeeld ’s Morgens op Corso Vittorio Emanuele II, de elegante hoofdstraat met portici en fresco’s op gevels. Daarna loop je richting de Santissima voor een rustig moment aan het water.
Heb je daarna nog energie, ga dan door naar Palazzo Ricchieri voor kunst, of beklim de campanile van San Marco als je van uitzicht houdt. Zo krijg je een dag die mooi in balans is: stad, kunst, stilte en weer stad.
Wat eet je erna: een beetje Friuli op je bord
Na je kerkbezoek heb je zin in iets lokaals, en Friuli is daar perfect voor. Denk aan gerechten met Montasio, een glas Friulano of Ribolla Gialla, en als je het stevig wil: frico, dat knapperige, hartige kaasgerecht waar je blij van wordt, zeker op een frisse dag.
Mijn simpele regel in Pordenone: kies een osteria waar de kaart niet eindeloos is. Als er seizoensgerechten staan en er zitten locals, dan zit jij ook goed.
Waarom deze kerk je bijblijft
De Kerk van de Santissima Trinità in Pordenone is klein, maar ze heeft alles wat reizen leuk maakt: een sterk verhaal, een bijzondere vorm, kunst die je echt kunt “lezen” en een plek die niet voelt als een toeristische machine. Je komt voor een korte stop en je vertrekt met het gevoel dat je een stukje echte stad hebt aangeraakt.
Dus als je in Pordenone bent, sla de Santissima niet over. Ga langs, kijk naar die achthoek, luister even naar het water, en gun jezelf binnen de tijd om de fresco’s rustig te volgen. Dat is precies het soort Italië-moment waar je later thuis ineens weer aan denkt.