Taranto verrast je vaak op de momenten dat je het niet verwacht. Je komt misschien voor zee, vis en de bruggen, en ineens sta je in de Città Vecchia tussen smalle straatjes, waslijnen en een kathedraal die al eeuwen het eiland bewaakt. Precies daar vind je het Diocesaan Museum voor Religieuze Kunst in Taranto, meestal gewoon MuDi genoemd. Geen stoffig museumgevoel, maar een plek waar je de ziel van de stad ziet: in zilver, zijde, hout, verf en verhalen.
Dit museum is ideaal als je Taranto net even dieper wil begrijpen. Niet alleen “mooi kijken”, maar ook snappen waarom San Cataldo zo belangrijk is, hoe kerken hier eeuwenlang het ritme bepaalden, en hoe rijk de kunsttraditie van Zuid-Italië kan zijn.
Diocesaan Museum voor Religieuze Kunst in Taranto: waarom je hier naartoe wil
Het MuDi is een relatief jong museum (geopend in 2011), maar de collectie is allesbehalve nieuw. Je loopt langs meer dan 300 tot 350 werken die een enorme tijdspanne beslaan: van ongeveer de 7e eeuw tot en met de 21e eeuw. Dat maakt het bezoek leuk, ook als je niet “alles van kunst” weet. Je ziet namelijk niet 1 stijl, maar een hele evolutie: van vroege devotie-objecten tot barokke pracht en later meer moderne religieuze expressie.
En het is praktisch: het museum is opgezet als een duidelijke route over drie verdiepingen, met tientallen zalen en thematische onderdelen. Je kunt het dus compact doen (snelle highlights) of juist rustig rondlopen en veel details meepakken.
Waar ligt het MuDi en hoe kom je er?
Het MuDi ligt in het hart van Taranto Vecchia (de oude stad op het eiland), vlak achter de Kathedraal van San Cataldo. Het adres wordt doorgaans aangegeven als Vicolo I Seminario. Alleen die locatie maakt het al de moeite waard: je loopt door een wijk die niet gepolijst aanvoelt, maar levend. Je hoort scooters, je ruikt soms de zee, en tussen die dagelijkse chaos stap je ineens een stille wereld van kunst en geschiedenis binnen.
Tip: combineer je bezoek met een wandeling door de Città Vecchia. Ga eerst het museum in (rustig, koel, concentratie) en duik daarna het straatleven weer in voor koffie of een lichte lunch. Die afwisseling voelt precies goed.
Een gebouw met geschiedenis: van seminarie naar museum
Het museum is gevestigd in een gebouw dat eeuwenlang verbonden was met de kerkelijke opleiding in Taranto: het voormalige Aartsbisschoppelijk Seminarie. Daardoor voelt het complex logisch voor een diocesaan museum. Je loopt door ruimtes die ooit bedoeld waren voor studie en vorming, en nu een plek zijn geworden waar het erfgoed van de aartsdiocese wordt bewaard en verteld.
Wat je als bezoeker merkt: de zalen zijn vaak ruim en overzichtelijk, waardoor objecten echt “ademen”. Dat is fijn, want religieuze kunst kan snel overweldigend worden als alles dicht op elkaar staat.
Wat zie je in de collectie?
Het MuDi draait om kunst en voorwerpen die afkomstig zijn uit kerken en instellingen van de aartsdiocese van Taranto. Denk aan schilderijen, beelden, liturgische voorwerpen (zoals kelken en reliekhouders), en ook gewaden en textiel met borduursels die je bijna niet gelooft totdat je er vlak voor staat.
Je hoeft niet religieus te zijn om dit interessant te vinden. Zie het als een kijkje in het culturele hart van Zuid-Italië: eeuwenlang waren kerken de opdrachtgevers, de “bewaarplaatsen” en vaak ook de plekken waar de beste ambachtslieden hun topwerk afleverden.
Schilderijen en beelden: emotie en vakmanschap
In veel diocesane musea is het leuk om te letten op de gezichten: hoe verandert emotie door de tijd heen? In oudere werken zijn gezichten vaak strenger en symbolischer, later worden ze menselijker. En dan zijn er de materialen: hout, polychromie, vergulding. Soms sta je te kijken naar iets dat oorspronkelijk bedoeld was voor een zijkapel in een kleine kerk, en nu museumwaardig is omdat het vakmanschap zo hoog is.
Textiel en paramenten: de “wow” die je niet verwacht
Als je denkt dat textiel saai is, dan gaat het MuDi je vriendelijk tegenspreken. Liturgische gewaden (paramenten) vertellen een verhaal over status, rituelen en techniek. Je ziet vaak borduursels met goud- en zilverdraad, rijke stoffen en patronen die je ook iets zeggen over handelsroutes en smaak in verschillende perioden.
Tip: kijk naar details zoals randen, symbolen en heraldische tekens. Daar zit vaak de verborgen info: wie schonk dit, bij welke gelegenheid, en waarom precies deze symboliek?
Edelmetaal en schatten rond San Cataldo
Een van de bekendste magneten van het museum zijn objecten die verbonden zijn met San Cataldo, de patroonheilige van Taranto. In de traditie van de stad is hij een sleutelnaam, en het is logisch dat zijn cultus ook zichtbaar is in kunst en kostbaarheden.
Je ziet in diocesane collecties vaak hoe geloof en materiaal samenkomen: relieken, kruisen, processievoorwerpen, sierlijk zilverwerk. Het is niet “bling om de bling”, maar een vorm van eerbetoon en publieke identiteit. In Taranto voelt dat extra sterk omdat de stad al eeuwen een religieus en maritiem kruispunt is.
Hoe lang heb je nodig en hoe plan je je bezoek slim?
Reken voor een ontspannen bezoek aan het MuDi op 1 tot 2 uur. Ben je iemand die graag leest en details bekijkt, dan kun je er ook langer over doen. Als je weinig tijd hebt, werkt deze aanpak goed:
Snelle route (45-60 min.): focus op de zalen met het goud- en zilverwerk, een selectie schilderijen en 1 of 2 textielstukken die je echt raken.
Rustige route (90-120 min.): volg het museumtraject per verdieping en neem bij elke sectie 1 moment om echt stil te staan: “wat zie ik, waarom is dit gemaakt, wat zegt dit over Taranto?”
Praktisch belangrijk: openingstijden kunnen variëren en soms werkt toegang (deels) op reservering, afhankelijk van seizoen en organisatie. Check daarom kort voor je bezoek de actuele info via de officiële museumkanalen.
Beste tijd om te gaan
Taranto kan in de zomermaanden warm en levendig zijn. Juist dan is een museum als het MuDi fijn: koel, rustig en inhoudelijk. Wil je de Città Vecchia op haar mooist ervaren, ga dan ’s Morgens (meer rust) en plan het museum als eerste stop. Daarna kun je buiten een koffie pakken en de wijk in je eigen tempo verkennen.
In het voor- en najaar is het weer vaak ideaal voor wandelen, en dan combineert het MuDi perfect met een langere stadsroute langs de kathedraal, uitzichtpunten en kleine pleinen.
Combineer het MuDi met deze plekken om de hoek
Het fijne is: je bent hier al in het historische hart. Met een paar stappen maak je van je museumbezoek een complete Taranto-dag.
Kathedraal van San Cataldo
Omdat het museum vlakbij ligt, is het logisch om ook even de Duomo van San Cataldo binnen te lopen. De sfeer is totaal anders dan in een museum: minder uitleg, meer beleving. Je voelt meteen waarom Taranto zo hecht aan deze plek.
Wandeling door de Città Vecchia
Loop zonder doel door de straatjes. Hier zit Taranto in de details: een open deur met een gesprek binnen, een kleine kapel, een balkon vol planten. Na het museum ga je die wijk anders zien, omdat je nu context hebt voor de religieuze beelden en symbolen die je onderweg tegenkomt.
Even terug naar het water
Taranto is een stad tussen twee wateren. Na kunst en stilte is het heerlijk om richting het water te lopen en even uit te waaien. Dat maakt je dag lichter, en het helpt je om alles wat je net zag te laten bezinken.
Handige tips voor Nederlandse reizigers
Neem iets mee om te lezen: als er zaalteksten zijn, haal je meer uit de collectie. Als het rustig is, kun je echt de tijd nemen.
Ga niet “op zoek naar 1 meesterwerk”: dit museum is sterk als verhaal. De kracht zit in de combinatie van objecten die samen Taranto uitleggen.
Respecteer de setting: het gaat om religieus erfgoed. Rustig praten, telefoon op stil, en foto’s alleen als het is toegestaan.
Plan flexibel: door wisselende openingstijden is het slim om het MuDi niet als allerlaatste punt van je dag te zetten.
Waarom het MuDi je Taranto-gevoel compleet maakt
Taranto kan rauw en eerlijk zijn. Niet alles is “gelikt”, en juist daardoor is het een stad die blijft hangen. Het Diocesaan Museum voor Religieuze Kunst in Taranto voegt daar een laag aan toe die je anders mist: de historische en artistieke rijkdom achter de gevels.
Je stapt binnen voor kunst, maar je loopt weer naar buiten met een beter begrip van de stad. En dat is uiteindelijk het leukste aan reizen: niet alleen kijken, maar ook snappen wat je ziet.